Een eigen taal voor een eigen traditie
Duitsland kent een van de oudste wijnbouwtradities van Europa, met wortels die teruggaan tot de Romeinse tijd. Deze traditie ontwikkelde zich grotendeels los van Frankrijk, dat in de loop der eeuwen de internationale standaard voor druivennamen is gaan bepalen. Druiven die al generaties lang op Duitse bodem groeien, kregen dan ook vanzelfsprekend hun eigen, Duitse benaming – net zoals ieder land eigen woorden heeft voor gewassen die al eeuwenlang deel uitmaken van de lokale landbouw.
Dat verklaart waarom een druif die internationaal bekendstaat onder een Franse naam, in Duitsland een geheel eigen identiteit heeft gekregen. Niet als vertaling, maar als vanzelfsprekend onderdeel van een zelfstandige wijncultuur.
De belangrijkste Duitse namen uitgelegd
Spätburgunder = Pinot Noir
De naam verwijst naar het late rijpingsmoment van de druif ("spät") en zijn Bourgondische oorsprong ("Burgunder"). In Duitsland is dit de gangbare, ingeburgerde benaming – niet enkel op etiketten, maar ook binnen de officiële wijnwetgeving.
Weissburgunder / Weisser Burgunder = Pinot Blanc
"Weiss" betekent wit, terwijl "Burgunder" opnieuw teruggrijpt naar dezelfde Bourgondische druivenfamilie. Een heldere, logische naamgeving zodra je het patroon eenmaal doorziet.
Grauburgunder = Pinot Gris
De naam verwijst naar de grijs-roze schilkleur van de druif ("grau" betekent grijs) en volgt hetzelfde principe als de voorgaande twee varianten.
Silvaner
Een druif zonder directe internationale tegenhanger, en daarmee het bewijs dat het bij Duitse druivennamen niet alleen om vertaling gaat, maar ook om rassen die in Duitsland een geheel eigen positie hebben verworven.
Riesling
De uitzondering op de regel: deze druif heeft Duitsland internationaal juist zo sterk op de kaart gezet, dat de Duitse naam wereldwijd de standaard is geworden. Een mooi voorbeeld van hoe Duitse wijnbouw, ondanks de eigen taal, wel degelijk een internationale stempel kan drukken.
Herkenbaar in de praktijk: Duitse wijnen bij Rooiewijn.nl
Dit verschil in naamgeving komt duidelijk naar voren in ons Duitse assortiment. Neem de Weingut Bischel Spätburgunder: nergens op het etiket verschijnt de naam Pinot Noir, terwijl de wijn wel degelijk van deze druif is gemaakt. In het glas toont zich een heldere, robijnrode kleur, met in de neus fijne aroma's van rood fruit en een vleugje vanille. De smaak is lang aanhoudend, met vers fruit van rode kersen en elegante, delicate tannines, een verfijnde Spätburgunder die precies laat zien waarom deze druif in Duitsland steeds serieuzer wordt genomen.
Ook de Weingut Bischel Weisser Burgunder illustreert deze eigenzinnige naamgeving. Deze volle, verleidelijke witte wijn is gemaakt van dezelfde druif als de Pinot Blanc uit bijvoorbeeld de Elzas, maar wordt in Duitsland nooit onder die naam verkocht. In de neus komen intense aroma's van ananas en peer naar voren, terwijl de mond smaken van rijpe vruchten onthult, afgerond door een krachtige, romige afdronk.
De Weingut Bischel Riesling Trocken laat op zijn beurt zien hoe een Duitse naam juist wél de internationale standaard kon worden. Deze klassieke droge Riesling uit Rheinhessen presenteert zich met duidelijke fruitaroma's van abrikoos en citrus, een complexe, kruidige structuur en tonen van rijpe perziken, eindigend in een fijne, minerale en frisse afdronk.